Geschiedenis Nat.Lab.

Het Nat.Lab is in 1914 opgericht op initiatief van Gerard en Anton Philips. Een belangrijke reden om onafhankelijk onderzoek te verrichten, en deze reden is tot op heden nog geldig, is het zelf creëren van octrooien, zodat Philips niet afhankelijk is van octrooien van derden. Hiertoe werd op de 4e etage van het gebouw op de Emmasingel een ruimte vrijgemaakt en trokken de fysicus Gilles Holst aan, die gedurende het eerste decennium samen met Ekko Oosterhuis en een handjevol assistenten de wetenschappelijke staf van het Nat.Lab. vormden. Vanaf het begin tot 1946 was Holst directeur. Holst zorgde voor een academische sfeer, en onderzoekers kregen veel vrijheid (zie de De tien geboden) en werden geregeld bijgepraat door groten uit hun vakgebied. In 1923 kwam Albert Einstein op bezoek. Daarin verschilde het Nat.Lab. van vele andere laboratoria die Philips erop na hield; het Nat.Lab. leek sterk op het AT&T Bell Laboratorium in de Verenigde Staten. Er werd behalve industrieel ook fundamenteel onderzoek gedaan. Twee opvallende voorbeelden zijn de onderzoekers Tellegen en Van der Pol. De fysicus Balthasar van der Pol trad in 1922 in dienst met als opdracht een researchprogramma op te starten betreffende radiotechnologie. Van der Pol heeft belangrijke bijdragen geleverd aan onderzoek naar de voortplanting van radiogolven, waaronder de invloed daarop van de kromming van het aardoppervlak, alsmede aan theorie van elektrische schakelingen en trillingen en wiskundige problemen die daarmee in verband staan. Elektrotechnicus Bernard Tellegen trad in dienst bij het Nat.Lab. in 1923, en werd Van der Pols eerste medewerker. Tellegen richtte zich eerst op triodes, en vond in 1926 de pentode uit. De pentode, een radiobuis, werd gebruikt in Philips’ eerste radio-ontvanger en later werd de pentode in vrijwel elke radio en elke versterker toegepast. Tellegen verrichtte ook baanbrekend theoretisch werk aan elektrische netwerken, o.a. de gyrator. Van der Pol werd in 1925 mentor van de briljante Delftse student Johan Numans, die een kristalgestuurde kortegolf-telefoniezender ontwierp en construeerde. Op 11 maart 1927 werd deze zender met roepletters PCJJ wereldnieuws, omdat de vrijwel onvervormde muziek in de hele wereld gehoord werd. Dit leidde tot het oprichten van de Philips Omroep Holland-Indië (PHOHI). Wereldoorlog II heeft uiteraard een grote impact gehad op de research getuige Het Nat.Lab. in en tijdens WO II.

Grote groei en bloei 1946-1972

Met het aantreden in 1946 van Holst’s opvolgers, een driemanschap bestaande uit de fysicus Hendrik Casimir, die uiteindelijk de hoogst verantwoordelijk en lid van de Raad van Bestuur zou worden, de chemicus Evert Verwey en de ingenieur Herre Rinia brak de glorietijd van het Nat.Lab. aan. Onder Frits Philips was het concern definitief bij de giganten gaan horen met ruim 350 duizend werknemers in 1970. Het Nat.Lab. groeide mee tot wereldformaat. In 1963 werd de campus in Waalre ontworpen voor drieduizend medewerkers, groter dan enige Nederlandse universiteit. (voor 1972 – 2000 zie Nat. Lab. Waalre)

Overgenomen uit Wikipedia 2014 (HH)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *