Organisatie, Centurion, Bezuinigingen

 

De inleiding tot operatie Centurion

Eind 70-er jaren kondigden zich bij Philips de volgende zaken aan: automatisering, rationalisering, concentratie op hoofdactiviteiten, samenvoeging van productie-eenheden en verplaatsing van productie naar lage-lonen landen. Na het aftreden van Henk van Riemsdijk in 1977 als bestuursvoorzitter, betekende dat de facto het einde van de invloed van de familie Philips en het begin van een minder paternalistische lijn. Dit proces zette medio jaren 70 al in met verplichte arbeidstijdverkorting, terwijl vanaf 1980 ook massa-ontslagen volgden. Het ergste was dat zich tegelijkertijd ook in andere arbeidsintensieve bedrijfstakken, zoals de kunstvezelindustrie en de scheepsbouw, soortgelijke drama’s voltrokken. Op dat moment bezat Philips wereldwijd maar liefst 500 fabrieken. In 1982 was het personeelsbestand wereldwijd al teruggelopen van 360.000 tot 336.000 en verdere bezuinigingsoperaties volgden. De belangrijkste daarvan werd Operatie Centurion, geïnitieerd door Jan Timmer. Een groot deel van de Philips-vestigingen werd in het kader van deze operatie afgebouwd en vrijwel alle Philips-activiteiten in Eindhoven werden beëindigd, verplaatst, of verzelfstandigd. De z.g. sterfhuisbedrijfsconstructie werd ingevoerd waarbij het moederbedrijf zo min mogelijk schade opliep als een zelfstandige productie-eenheid werd afgestoten.

Tevens werd er door Timmer gepoogd een cultuuromslag binnen de Philipsorganisatie te bereiken. Daarvoor werden o.a. de Customerdays ingevoerd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *