Klein maar fijn?

Phila-Bergères
C. Snelderwaard (sept 2016)

Mijn herinnering aan het feest op 2/7/1955 is vastgelegd in onze trouwringen. Als volontair van TH Delft, was ik op de maandag daaraan voorafgaande op het Nat.Lab. begonnen. Wegens die plaatsing op Nat. Lab. kreeg ik ook de uitnodiging voor het grote feest. Tegen einde van de zaterdagavond heb ik mijn huidige echtgenote (dit jaar 57 jaar getrouwd!) ontmoet die overigens niets met Philips van doen had. Liefde op het eerste gezicht. Nooit een fractie van spijt. Ik ben Philips dan ook hierom nog steeds dankbaar.

Hoe een serieuze vermaning van Prof. Rathenau in het water viel.
Bertus Pals

Toen ik in de tweede helft van de 60-er jaren op het Nat.Lab. begon was Prof. Rathenau algemeen directeur.Voor een jong broekje was het een gezaghebbende verschijning, die nog uitstraalde dat zijn voorgeslacht een rol in de Duitse geschiedenis heeft gespeeld. Zijn niet te missen Duits accent voegde niet weinig toe aan de ernst en hoge taakopvatting die hij van zijn funktie had. Op een keer was er via een papiertje dat in de de prullenmand verzeild was vertrouwelijke informatie naar buiten gelekt en Prof. Rathenau was daar zeer ontstemd over. Hij besloot om de gehele Nat. Lab. bevolking van dit ontoelaatbare feit op de hoogte te stellen en ernstig te vermanen dat dit nooit meer mocht voorvallen. In het vuur van zijn rede riep hij uit dat als hij zo’n papiertje met gevoelige informatie in de prullenmand wilde gooien hij het eerst wel in duizend stukjes scheurde, waarop direkt vanuit het publiek het getal 1024 te horen was en zijn opwinding als een luchtballon leeg liep.

 

De goede en vlotte werking van televisieschermen.
Wim Kwestroo

Mij werd gevraagd om de problemen met televisieschermen op te lossen. Ik vermoedde indertijd dat de oorzaak van de haperingen van het scherm zou kunnen liggen aan de onzuiverheid van het materiaal waarmee de schermen behandeld waren geweest. Er werd m.i. niet nauwkeurig genoeg gewerkt bij de bereiding. Met uiterste zuiverheid moest er materiaal ontstaan die de problemen zouden oplossen.
Wij hebben op het Nat.Lab. door uiterst zuiver te werken het gewenste resultaat bereikt, m.a.w. we hadden de oorzaak van falen van de tv schermen gevonden! De schermen functioneerden voortaan naar wens.

 

Baardgroei
Eduard Pannenborg

Groepsleider Oosterhout had, halverwege de jaren ’50, vanwege zijn tweede huwelijk zich een ‘nieuw uiterlijk’ aangemeten en wel door zijn baard te laten staan. Hij was daar erg trots op, alhoewel dat in die periode nogal ongebruikelijk was.
Tijdens de Sinterklaasviering dat jaar, werd dr. Diemer naar voren geroepen. Sinterklaas vroeg hem, wat hem toch bezielde, omdat hij zijn snor had laten staan. Sinterklaas vertelde hem, dat er maar één persoon was, die gezichtshaargroei mocht hebben en dat was Sinterklaas. Dus de snor moest er af en op het podium werd dan ook de snor afgeschoren.
Daarna werd Oosterhout naar voren geroepen. Deze voelde de bui al hangen en stribbelde nogal tegen.
Grote hilariteit in de zaal. Toen hij uiteindelijk voor Sinterklaas stond, begon Sinterklaas gemoedelijk over een totaal ander onderwerp te praten, tot grote opluchting van Oosterhout.
Diemer zat uiteraard in het complot.

Op een bureaucraat
Paul Zuidweg Ingezonden (NLJ 13-09-1991)

De bureaucraat N.L. te W
zag door de hoge heren in WB
zijn mooiste regels opgeheven.
De zekerheden -(zo sprak hij !)- in mijn leven
haalt men door ’n dergelijk besluit
Nu wel héél ongenadig onderuit.
En voor het eerst voelde hij aan een bepaling
nu zélf een vreselijke drang tot maling.

Ideetje?
Wolter Gelling
Eén van de bazen van de werkplaats, zelf een begenadigde vakman, die in zijn werk heel goede ideeën verwerkte, vierde zijn 25 jarig jubileum. Dit werd natuurlijk vermeld in één van de toespraken. Eén van de gasten vroeg na afloop van het officiële gedeelte aan de jubilaris hoe hij toch aan die geniale ideeën kwam. Het antwoord was kort:     ‘s Nachts, achter ‘t wief.

Waarom Sinterklaas op het oude lab werd verboden
Dit verhaal is tot mij gekomen uit overlevering en geef ik hierbij door, openstaand voor correcties of aanvullingen. Hans Brink
Sinterklaas op het Nat. Lab. Kastanjelaan kapittelde in (… ?) een pas benoemde adjunct- directeur omdat hij geen borrel had gegeven. Dit was in de opvatting van de directie een station te ver en die verbood de verdere uitvoeringen van Sinterklaas. Sinterklaas mocht dus niet meer. De reactie van Nico Franssen, prominent VIS-college lid, was als volgt:
Op de dag dat Sinterklaas normaal gesproken gekomen zou zijn plaatste Nico tijdens de lunch pauze in de koffiekamer op een paar schragen een lijkkist bedekt met een zwart kleed waarop de mijter van Sinterklaas was geplaatst. Ook zijn staf lag er op en mogelijk nog een paar brandende kaarsen.
Nico is daar gedurende de hele tijd stokstijf naast gaan staan.
Reactie van de directie daarop is niet bekend.
Op het nieuwe lab is de traditie op instigatie van Eddie de Haan gelukkig weer opgepakt en trok Nico Franssen wederom de kar.

Kerstgeschenken
Jozef Stokmans

Toen WAX in aanbouw was, had men een bouwkeet geplaatst van Nolten aan de zijkant van WAG ongeveer 12 meter van de weg. Rondom die keet was het omgeploegd en er zou een verhard pad naar de ingang van WAG komen. Maar dat ging niet door vanwege het slechte weer. Woensdag voor de Kerst moest ik een slot  plaatsen op de toegangsdeur van de keet.
Ik was al vroeg aanwezig. In de keet stonden een heleboel flessen wijn voor mensen die een goede relatie hadden met de firma Nolten en die flessen moesten nog rondgebracht worden.
De magazijnmeester ik noem hem Peer, kon daar niet weg en buiten zakte je tot je enkels in de modder. Ik heb toen twee mensen gebeld en ze verteld dat ik gehoord had dat Nolten in de nieuwe keet mooie Kerstgeschenken weggaf, o.a. een radiootje in de vorm van een lantaarnpaaltje. Maar je moest er wel zelf naar toe omdat Peer daar niet weg kon.
Twintig minuten later vielen de eerste graaiers al op de klep. Met drie man sterk, tot de enkels in de modder, kwamen ze met een smoesje naar mij, en wel zodanig dat Peer het hoorde. Peer wist van niets. Hij zei, dat komt goed uit nemen jullie een fles mee, dat scheelt mij een ritje.
Twee kregen een fles, nummer drie stond echter niet op de lijst. Daarna kwamen er opzichters, uitvoerders en mensen met vakgroep 8, allemaal ploeterend door de modder. Voor de middag waren er al meer dan 20 flessen weg.
Later op de middag kreeg Peer hoog bezoek van de firma Nolten. Er had een vakgroep 8 gebeld, waarom hij maar een fles wijn kreeg en geen lantaarntje, want hij had gezien dat er iemand anders wel een lantaarntje had gekregen!
Zo inhalig waren de SEKRETATEN van het Nat.Lab.
Note: de mensen die het daar voor het zeggen werden intern de Sekretaten genoemd.

Knekelhuis
Gerard van Gurp

Een ‘grappig’ Nat.Lab. verhaaltje is het volgende: Er waren in Waalre nogal wat gepensioneerde wetenschappelijke medewerkers die nog een kamer op het lab hadden (en zich soms met het werk bemoeiden). Op een gegeven moment heeft de directie al die gepensioneerden naar een apart gebouwtje achteraf op het terrein verwezen. Ben vergeten hoe dat heette, maar in de NatLab volksmond werd dat het knekelhuis genoemd.

Herinneringen
Bijdrage van Rein de Werdt (21-11-2014)

Ik herinner me, dat de vroegere directeur Dr. E. de Haan (plumbicon Eddy) een keer zijn jaarrede begon met een zin, waarmee hij de belangrijkheid van die rede op een zeer komische manier relativeerde:
Ook de kippen weten, dat het ochtend wordt, maar ze laten het kraaien aan de haan over!

En een van een andere soort:
Er schijnt vlak voor mijn tijd een heel erg mooie receptioniste geweest te zijn aan de balie van de hal van WB (bij Joop Goederond?); haar naam was Mej. Plug.
In die tijd heeft een verlichte natlab-er een nieuwe eenheid bedacht, waarin je de mate van sex-appeal  uit kon drukken, nl de “Plug”.
Maar die juffrouw was kennelijk zo mooi, dat als praktische waarde de miniplug werd gehanteerd.

Bij het begin van het  75?-jarig bestaan van Philips, werd ’s morgens vroeg plotseling vanaf het dak WD de reveille geblazen en snel daarna was het duidelijk, dat het een feest zou worden en (bijna!!) iedereen naar de stad wilde. Toen schijnt een portier aan het hoofd bewaking gevraagd te hebben: “Wat moeten we hiermee?” Waarop die baas antwoordde: “Zorg, dat je je pet niet kwijtraakt!” en….. het bleef nog lang onrustig in de stad!

Sinterklaas en mijn schoen
Bijdrage van Wolter Gelling (28-11-2014)

Er zijn natuurlijk talloze leuke herinneringen aan het oude Nat Lab verbonden, ook persoonlijke. Ik wil er graag één vertellen, omdat ik daarin als hoofdpersoon,  zo prachtig voor paal werd gezet.
Het gebeurde ruim 25 jaar geleden, bij het bezoek van Sinterklaas op een donderdagochtend waarop normaal gesproken een voordracht over het werk van een medewerker werd gehouden. Ik ging erheen, om te horen wat het “viscollege” dat jaar weer voor grappen had verzameld. Tot mijn schrik riep Sinterklaas mijzelf naar voren. Hij vroeg mij of ik me nog kon herinneren, dat ik had beloofd ergens in de afgelopen zomer iets voor elkaar te krijgen. Wat dat was ben ik helaas vergeten, maar ik weet nog wel dat ik had gezegd, dat als het niet in orde kwam, ik één van mijn schoenen zou opeten. Sinterklaas vroeg streng: heb je het geregeld? Nee, Sinterklaas, moest ik beschaamd antwoorden. Nou, zei Sinterklaas, eet dan dit maar op en Zwarte Piet gaf me zo’n sandaal, die je in de dierenwinkel kunt kopen, om je hond op te laten knagen.

PSV-theorie
Bijdrage van Henk Boots (16-11-2014)

Quirin Vrehen, Martin Schuurmans en Polder hielden samen in 1978 (denk ik) een donderdagochtend voordracht, toevallig in de week voor Sinterklaas. Die had als titel “de PSV theorie” naar de drie auteurs.  De titel en de datum zorgden ervoor dat de zaal afgeladen vol zat en veel mensen moesten staan. Er ging een golf van teleurstelling door de zaal toen bleek dat het een serieuze lezing werd.

Sleutel
Bijdrage van Jozef Stokmans (06-11-2014)

De secretaresse van de heer Vink (directeur) belde mij ’s morgens op met de mededeling dat de heer Vink de sleutel van zijn bureau kwijt was. Hij moest naar een vergadering en had papieren nodig die in zijn bureau lagen. Ik vertelde haar dat ik er binnen vijf minuten zou zijn en even later kom ik op op de kamer van heer Vink. Ik zei tegen hem, “wilt u even uw kamer verlaten dan maak ik uw bureau even open”. Dat viel niet echt in goede aarde, het was zijn bureau en het waren zijn spullen die er in zaten. Ik legde hem uit, dat ik in het bijzijn van iemand anders, wie dan ook, geen sloten mocht openmaken. Hij liep verstoord naar zijn secretaresse en binnen twee minuten had ik het slot open. Ik ging naar hem toe en vertelde hem dat zijn bureau open was. Meneer Stokmans zei hij, hoe heeft u dat zo vlug gedaan? Ik antwoordde hem: “als ik dat tegen iedereen vertel heeft het geen zin om bureaus af te sluiten”. Daar heeft u gelijk in zei hij.
Diezelfde dag nog heb ik hem twee sleutels bezorgd en als dank kreeg ik van hem een pakje sigaretten voor de snelle service.

Ingezonden (Nat.Lab. Journaal, 06-12-1991)
Paul Zuidweg

Uit vraatzucht of ter wille van ’t vermaak
Sloeg menig mens een visje aan de haak,
Maar op het lab – al is men daar nòg zo gehaaid –
Dáár zijn de rollen omgedraaid:
Daar stelt een VIS ’s Labs troebel water aan de kaak.
Een zware dobber voor de Lijn: hij steekt daarmee de draak!
Maar als je hém nu naar zijn drijfveer vraagt,
Dan blijkt dat hij niet op mensen jaagt:
‘Een VIS van Stand’ zo zegt hij boos,
‘Die doet zoiets belangen-Loos’.

N.B.: VIS is de ‘Vereniging tot Instandhouding van Sinterklaas’, een particuliere onderneming.
Cor Loos was jarenlang de tekstschrijver voor – en de man achter de schermen van – het VIS-college.

Het was niet in de mei
Bijdrage van Jozef Stokmans (12-10-2014)

In gebouw WIJ, had zo rond 1980, iemand op zijn werkplek een vogelkooi met twee putters (distelvink) er in. Op een dag toen ik bij hem moest zijn, stond ik er naar te kijken en de eigenaar ‘X’ zei tegen mij: “een mooi koppeltje hè”?
Ik zag meteen dat het twee mannetjes waren en zei toen tegen hem: “,je moet er een nestkastje in hangen, volgens mij gaan ze leggen”. Daar wilde ‘X’ echter niets van weten.
Een paar dagen later bracht ik ’s morgens vroeg van thuis een eitje mee en legde dat in het voederbakje en deed dat zo vier dagen achter elkaar. (Aangezien ik een loper had, kon ik toch in de afgesloten ruimte komen).
‘X’ wist echt niet wat hij daar mee aan moest en vroeg aan mij wat te doen.
Ik zei tegen hem, maak een nestje en hang er een lamp boven, dan zien we over een week wel verder. Zo gezegd zo gedaan. Een paar dagen later heb ik er maar een gebakken ei in gelegd en hem uit zijn mooie droom geholpen.
Echt gebeurd!
Jozef Stokmans

Horende doof
Bijdrage van Dick Eekel (16-09-2014)

Kort na mijn militaire dienst begon mijn werk in Strijp bij de reparatieafdeling voor elektronische meetapparatuur, dat was de afdeling van Cees Wille (chef).
Op die afdeling werkte ook een dove collega (Chris Felten).
Midden op de afdeling was een glazen werkhok voor de baas (Cees Wille dus). Soms gebeurde het dat er een medewerker daar binnen moest komen om (zeg maar) iets te verantwoorden. De deur ging daarbij degelijk dicht.
Wie schetst dan je verbazing dat wij samen met Chris (die goed kon liplezen) precies begrepen wat er daarbinnen werd gezegd en waarom de collega “op z’n donder” kreeg.
Zo’n dove collega kan dus extra nuttig zijn voor “open communicatie”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *